Rensenbrink... tegen de paal!

En toen begon de blessuretijd en nam Krol die vrije trap.
Rensenbrink... Tegen de paal!!! Rensenbrink tegen de paal in de... slotfase van deze wedstrijd.
Wat gebeurde er ook alweer precies?

Lof voor Van de Kerkhof

Doelman Jan Jongbloed heeft een paar tellen eerder de bal rustig opgepakt, nadat 'De Stofzuiger' die op uiterst behendige wijze heeft ontfutseld aan Mario Kempes. 'Willy van de Kerkhof weer', zegt commentator Theo Reitsma. 'En hij heeft er toch voor gezorgd dat die Kempes in deze wedstrijd eigenlijk... nou ja... niet is voorgekomen kan ik niet zeggen, want hij maakte dat eerste doelpunt natuurlijk, maar toch veel minder is voorgekomen dan verondersteld werd.' Op de BBC is de Britse commentator met eenzelfde lofzang bezig. 'A tremendous player!' 'Het is waarschijnlijk de beste wedstrijd uit mijn carrière geweest', zegt Willy in de biografie over hem en broer René.

Jongbloed trapt uit

Er lijkt voor geen van beide finalisten een vuiltje aan de lucht als de Nederlandse keeper de bal gaat uittrappen. Er zijn nog een paar seconden te spelen voordat de reguliere tijd verstreken is. De klok toont vier vieren: zestien seconden nog, dan zit de officiële speeltijd erop. Een verlenging: zo ver had Oranje het nog nooit geschopt. net zomin als Argentinië. Dat land was ook één keer tweede geworden, tijdens het allereerste WK, in 1930. Destijds werd het 4-2 voor thuisland Uruguay, nadat Héctor Castro in de voorlaatste minuut gescoord had. Nederland keek in 1974 meer dan een halve wedstrijd tegen die 2-1 aan in West-Duitsland. Beide landen verloren een keer een finale tegen buren die binnen de eigen landgrenzen speelden. Nu is Argentinië het thuisland.

De rollen omgedraaid

In de biografie 'De Gebroeders' vertelt Willy van de Kerkhof dat hij en Jan Poortvliet hun rollen ruilden. De rechtsback van PSV zou Kempes aanpakken. 'Willy vangt Tarantini op, zodat René voorin druk kan blijven geven.' Dat is een merkwaardige uitspraak... hadden ze dan daarna wéér geruild? Als Jongbloed uittrapt is naast Van de Kerhof ook Jan Poortvliet zichtbaar in beeld. Als een echte rechtsback. Tien seconden tikken weg als doelman Jan de bal twee keer op de grond stuitert en daarna moet oppakken, omdat-ie kennelijk wat raar smoort in een putje of tegen een polletje. Het veld is zo best niet. De Amsterdammer raapt op en haalt uit. Bijna drie seconden is de bal onderweg. Hij landt vol op het hoofd van Tarantini, met pal achter zich... René van de Kerkhof.

Waarom ook alweer die vrije trap?

De reden voor de vrije trap wordt noch door de NOS, noch door de BBC genoemd. Het lijkt erop dat Luque buitenspel stond, maar zo heel duidelijk is dat niet. Als de Argentijn in beeld komt, staat hij inderdaad een meter te ver, maar er is dan al een volle seconde verstreken. Krol appelleert; een grensrechter is niet in beeld; vlagt hij? Gonella keek de andere kant op, naar waar de bal vandaan kwam. Een thuisfluiter zou door hebben laten spelen. Je geeft als de tijd bijna verstreken is niet zo graag een vrije trap aan de tegenpartij. Interessant is om te kijken waar Luque precies stond. Dáár zou de vrije trap genomen moeten worden. Twaalf, dertien meter op eigen helft. Niet op de rand van de middenlijn in ieder geval.

De officiële speeltijd zit erop

De optie om nu af te fluiten is er niet. Precies 45:00 minuten zijn er gespeeld in de tweede helft, negentig in totaal. Alleen al de blessurebehandeling van Johan Neeskens duurde bijna drie minuten. Die volle ram in z’n gezicht door Passarella, terwijl de bal al weg was, daar had Frits Kessel even voor nodig gehad. Américo Gallego probeert met een hakje de bal in de richting te trappen waar de vrije trap genomen moet gaan worden, onder het toeziend oog van Johan Neeskens. Op iets grotere afstand staat de voorhoede van Oranje: Rensenbrink, Nanninga en Van de Kerkhof. De laatste twee zijn de mannen van het doelpunt en de assist. Neeskens en Rensenbrink zijn degenen die nu nog niet weten hoe dicht ze straks bij een tweede doelpunt zullen zijn.

Een meter of acht gesmokkeld

Als het goed is, moet die bal een meter of twaalf op Hollandse helft gelegd worden. Maar zover komt het niet. Dat wat loze hakje wordt gevolgd door een vangbal van Haan. Die gooit, Willy van de Kerkhof houdt de bal tegen en legt die een meter of zeven, acht te ver naar voren. Als hij een plek kiest die hem goeddunkt, staat scheidrechter Gonella met zijn rug naar hem toe. Was die nou blijven staan op de plek waar hij was toen hij floot, dan zou dit toch anders uitgepakt hebben. De bal had dan aan zijn voeten gelegen, terwijl Luque daar toch echt niet stond. Niet veel televisiekijkers hielden op dit moment een geodriehoek of liniaal langs het scherm. De afstand tussen Gonella en Luque is ongeveer even groot als die van de middenstip tot de rand van de cirkel.

Gonella... een thuisfluiter?

Zou de scheids het gezien hebben, dat die bal niet op z'n plek lag? Hij keek nog wel, vlak voordat hij floot, en zette het toen op een drafje. Krol aan de bal. Hij mag een vrije trap nemen. Dan verwacht je in dit stadium van de wedstrijd een lange trap naar voren. Stel nou toch eens dat Nanninga nog een doelpunt zou maken. Dat hem zou lukken wat Horst Hrubesch twee jaar later op het EK van 1980 zou doen: hard knikkend binnenkoppen in de laatste minuten. Wat als het Rob lukt om nog één keer te scoren? Dan is hij in één klap topscorer van het toernooi. En wereldkampioen.

De vrije trap van Krol

Tien tellen zitten we in blessuretijd als Ruud Krol zijn rechterbeen naar achteren zwaait voor een belangrijke trap. ‘Helaas zijn enige in de wedstrijd die op de plaats van bestemming terechtkwam’, schrijft Meindert van der Kaaij en dat is overdreven. Het lijkt wel of alles en iedereen overdrijft bij het beschrijven van dit historische sportmoment. Nou ja: alles, iedereen... dat is overdreven.
René van de Kerkhof is ook mee naar voren, maar niet zo ver. Hij was de man die door Arie Haan precies op maat werd weggestuurd, zodat hij die feilloze voorzet op Dick kon geven. Zou Krol het langs die kant proberen? René is snel. De bal geven op het moment dat hij z'n sprint inzet, dat zou mogelijkeden bieden.

Een verdediging die niet goed staat?

'Krol ziet dat de Argentijnen niet goed staan', zeggen Iwan van Duren en Marcel Rözer in hun Dikke Boek. Wat er verkeerd aan is, vermelden ze er niet bij. Passarella staat centraal achterin. Op de vleugels staan Tarantini en Olguín, met aandacht voor Van de Kerkhof en Rensenbrink. Galván en Gallego bekommeren zich over Nanninga en Neeskens. Iedereen bevindt zich een stukje buiten het strafschopgebied. Neeskens: hij is naast de drie aanvallers de enige middenvelder die mee naar voren gaat. Geen enkele Nederlander hier in het veld maakte zoveel doelpunten voor Oranje als hij. De man met rugnummer 13 maakte er geen 14 zoals Rensenbrink of 12 zoals Rep, maar 17. Eén doelpunt nu... hij deed het eerder in een WK-finale. Uit een strafschop, helemaal aan het begin van de wedstrijd.

Een vreemde stuit?

'Olguín twijfelde tussen Rensenbrink en de bal,' beweert Meindert van der Kaaij in Een vuile oorlog. De schrijver suggereert aarzeling bij de rechtsback, 'waardoor hij beide liet gaan'. De beelden vertellen iets anders: de Argentijn probeert gewoon die voorzet te onderscheppen. 'De bal stuiterde en schoot met een vreemde draai door', vervolgt Van der Kaaij, maar uit de televisiebeelden is geen vreemde draai af te leiden. Olguín verkijkt zich er wat op, hij rent in de richting waar de bal gaat neerkomen, terwijl hij er beter aan zou doen om de plek op te zoeken waar hij na het opstuiten terecht zal komen. Hij lijkt een klein beetje in te houden terwijl Robbie nog wat versnelt.

Vlak bij de achterlijn?

Het verhaal wordt er natuurlijk mooier op als je zegt dat Rensenbrink vlák voor de achterlijn nog nét zijn voet tegen de bal krijgt en dat hij van korte afstand tegen de paal schiet. Maar die afstand tot de achterlijn is nog niet eens zo heel klein. Rob zet met zijn rechtervoet af op de hoek van het doelgebied. De afstand tot de eindstreep moet dus zo'n vier meter zijn. Eenvoudige wiskunde laat zien dat hij op 6 meter 80 van de paal staat. Een halve meter minder dan de breedte van het doel. Klein is die hoek niet: vergelijkbaar met een schot op open doel vanaf 22 meter afstand, als je er recht voor staat. De vraag is in hoeverre Fillol hem nog hindert. Niet zo veel dat de schutter niet verder naar binnen had kunnen mikken. Als Willy van de Kerkhof nou eens een meter minder gesjoemeld had toen hij de bal voor Krol neerlegde...

Tegen de paal!

'Rensenbrink... TEGEN DE PAAL! Rensenbrink tegen de paal in de... slotfase van deze wedstrijd.' Even hapert Theo Reitsma tussen 'de' en 'slotfase'. Wat moet je zeggen in zo'n ondeelbaar ogenblik? In de vijftiende seconde van de blessuretijd... De commentator van de BBC noemt 'the post' met een minstens zo sterk overslaande stem, al hoor je er bij hem iets van een lachje in. Die ene seconde waarin die bal tegen te paal belandt, bevat in de televisieopname 25 frames. Daarvan zitten er 17 tussen het moment dat de bal in aanraking komt met de linkervoet van Rob en de rechterpaal van het Argentijnse doel. Dat is 0,68 seconde: in die tijd legt de bal de 6,80 meter naar het doel af. Met een snelheid van 10 meter per seconde, 36 kilometer per uur in horizontale richting.

Neeskens graaft in zijn geheugen

Hoewel Daniel Passarella ongeveer tussen hem en de paal in stond, heeft Johan Neeskens het allemaal heel goed kunnen zien. De Argentijnse aanvoerder rende net als hij naar het doel. De bal raakte de buitenkant van de paal en stuiterde daardoor recht het veld in, niet voor hun voeten. De beschrijving door Neeskens in zijn eigen biografie heeft weinig met de werkelijkheid te maken. 'Rob Rensenbrink kwam door de verdediging en schoot net tegen de paal; we waren op dat moment slechts een centimeter van de wereldtitel verwijderd.' Dat gaat nog wel, al was het echt meer dan een centimeter. Wat hij daarna zegt, klopt voor geen meter. 'Fillol was al verslagen, die wist zelfs niet goed waar de bal was, hij draaide zich om en volkomen toevallig kwam de bal vanaf de paal precies in zijn handen terecht.’

Gallego ruimt op

Een nogal belangrijke kwestie, waar minder vaak over gesproken wordt: wie komt er als eerste aan de bal nadat die van de paal terugkomt? Américo Gallego, de 23-jarige centrale middenvelder van Newell’s Old Boys. Hij rost de bal naar de zijkant van het veld, waar Larrosa er eerder bij dan Haan. De Argentijnse invaller probeert hem zelfs binnen te houden. Wie had er in plaats van Gallego als eerste op die cruciale plek kunnen aankomen? Wat Nederland betreft is dat Dick Nanninga. Hij stond naast Gallego op het moment dat Krol zijn pass verzond. Was hij ingelopen - zoals spitsen meestal doen - dan had Dick de bal recht voor z'n voeten gekregen. Voor een open doel. Neeskens liep wel mee, maar bevond zich niet ter hoogte van de eerste paal. Dick Nanninga had wereldberoemd kunnen worden met z'n tweede goal in deze ene finale.

Gonella fluit af

Terwijl de hele wereld zit na te stuiteren en de mensen op de tribunes weer voorzichtig aan ademhalen denken, gebeurt er nog meer. In terugblikken zie je vaak alleen dat ene moment. Soms wordt dat dan nog herhaald ook, maar de regie had daar destijds echt geen tijd voor. Nederland krijgt nog een vrije trap. Haan staat gereed, Krol schiet. Voor de voeten van Nanninga langs. Een herkansing voor Dick. Had hij nu zijn voet tegen de bal kunnen krijgen, dan was het alsnog 2-1 geweest. Haan veroorzaakt nog een vrije trap, Tarantini gooit nog eens in. Het hoeft allemaal niet meer. Gonella fluit af na 67 seconden blessuretijd. Dat is weinig, gezien alleen al de behandeling van Johan Neeskens. Minder dan een minuut geleden schoot Rensenbrink... tegen de paal!

Meer lezen?

Download gratis een kwart van het boek, of bestel een exemplaar voor € 19,80 via de knoppen hiernaast.